SROI-onderzoek toont aanzienlijke meerwaarde lotgenotencontact

lotgenotencontact

Een van de meest gewaardeerde vormen van informele zorg en steun is deelname aan een lotgenotengroep. Uit onderzoek blijkt nu dat deze vorm van informele zorg niet alleen voor de mensen zelf maar ook voor de maatschappij aanzienlijke meerwaarde heeft. Dit blijkt uit de SROI (Social Return On Investment) kosten-baten analyse die de vereniging Plusminus in samenwerking met PGO support heeft laten uitvoeren naar de werking van lotgenotencontactgroepen bij een bipolaire stoornis. De resultaten van dit onderzoek zijn eind maart gepresenteerd, gelijktijdig met de uitkomsten van onderzoek naar lotgenotencontact bij Tinnitus en kanker.

Belangrijkste bevinding uit het onderzoek is dat de lotgenotencontactgroepen kostenbesparingen opleveren: de SROI ratio van de lotgenotencontactgroepen is 5,6. Dit wil zeggen dat elke euro geïnvesteerd in een vorm van lotgenotencontact, een maatschappelijke waarde creëert van €5,60 over een periode van 5 jaar. Deze ratio wordt bepaald door alle kosten en opbrengsten in beeld te brengen en af te wegen. De meerwaarde van lotgenotencontactgroepen komt voornamelijk door de toename van kwaliteit van leven en verbeterde financiële positie voor de deelnemers aan deze groepen, minder verzuim en hogere productiviteit voor werkgevers en besparing van zorgkosten voor zorgverzekeraars.

Lotgenotencontact onderbelicht

MIND en Plusminus zijn zeer verheugd met de uitkomsten van de metingen. De SROI is een internationaal gevalideerde methodiek die duidelijk maakt hoe een organisatie maatschappelijke waarde creëert door sociale en economische uitkomsten (outcomes) te meten en in geld uit te drukken en te vergelijken met de maatschappelijke kosten (input) ervan. Samen met Henk Mathijssen van Plusminus is Wim Venhuis, adviseur zelfhulp en zelfregie bij Burgerkracht Limburg, aanjager van dit SROI-onderzoek. Zij zien graag dat lotgenotencontact een plek krijgt in de reguliere zorg. Henk Mathijssen: “Veel huisartsen verwijzen cliënten al naar lotgenotengroepen, maar het verdient meer aandacht, een beter imago en structurele voorzieningen, zoals in Duitsland. Daar is het lotgenotencontact 70 keer groter dan in Nederland met 100.000 groepen. Met dit onderzoeksresultaat kunnen we ook in Nederland aan uitbreiding werken.”
 

Structurele ondersteuning volgens Duits model

MIND pleit voor goede organisatie en structurele ondersteuning van lotgenotencontact en is voorstander van het Duitse voorbeeld van ‘Kontaktstellen’. Ruim 100.000 zelfhulpgroepen gericht op allerlei ziektes en aandoeningen en 300 zelfregienetwerken zijn laagdrempelig en dichtbij huis te vinden en werken in regionale netwerken rondom centrumgemeenten. In deze Kontaktstellen worden groepen gefaciliteerd met ruimte, beheer, gemeenschappelijke ondersteuning, PR en een lichte coördinatie. De groepen zelf zijn autonoom, vaak verbonden aan een patiëntenvereniging en krijgen hier ook hun inhoudelijke voeding vandaan. Per deelstaat is er een koepelorganisatie en de landelijke coördinatie en expertise gebeurt door twee landelijke zelfhulpinstituten (NAKOS en BAG).

Deelname lotgenotencontact neemt toe

In tijden van corona is veel vraag naar lotgenotencontact. Mede ingegeven door het sociale isolement ten gevolge van de maatregelen, zoeken mensen met psychische klachten vaker naar steun en ervaring van lotgenoten en ervaringsdeskundigen. Hoewel de vraag groot is, is lotgenotencontact in Nederland nog onderbelicht en afhankelijk van de vrijwillige inzet van mensen zelf. Begin maart liet de Depressie Vereniging in een brandbrief aan de staatssecretaris weten de toegenomen vraag naar lotgenotencontact niet aan te kunnen en wachtlijsten te moeten opstellen. MIND pleit voor versnelde uitvoering van de op 19 november 2020 aangenomen motie van Diertens van D66 (motie nummer 25424-561) voor Onderzoek naar Duitse inrichting steungroepen.
 

Zie ook het artikel hierover op Zorgvisie.nl

Meer nieuws